Nieuws

Wetsvoorstel: ook opdrachtgever verantwoordelijk voor fiscale beoordeling van arbeidsrelatie zzp’er

sep 25, 2014

Wetsvoorstel: ook opdrachtgever verantwoordelijk voor fiscale beoordeling van arbeidsrelatie zzp’er

 

Opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) worden beiden verantwoordelijk voor de beoordeling of hun arbeidsrelatie moet leiden tot afdracht van loonbelasting en premies. Dat staat in een wetsvoorstel dat staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën op 22 september 2014 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Door de Wet ‘invoering Beschikking geen loonheffingen’ kan de Belastingdienst het onderscheid tussen een dienstverband en ondernemerschap beter handhaven.

De staatssecretaris maakt met de invoering van de Beschikking geen loonheffing (BGL) zowel opdrachtgever als opdrachtnemer verantwoordelijk voor de vraag of feitelijk sprake is van een dienstbetrekking. In dat geval moet de opdrachtgever loonheffingen afdragen.

 

VAR 
De BGL vervangt de zogenoemde Verklaring Arbeidsrelatie, de VAR. Bij de VAR vraagt een zzp´er vooraf een oordeel van de Belastingdienst of zijn inkomen wel of niet wordt beoordeeld als loon. De opdrachtgever is nu niet betrokken bij deze aanvraag en ondervindt geen gevolgen als achteraf blijkt dat geen sprake was van ondernemerschap van de zzp´er, maar van een dienstbetrekking. De financiële consequenties komen in dat geval alleen voor rekening van de zzp’er.

 

Handhaving 
Opdrachtgevers vragen zzp’ers een VAR te tonen zodat zij geen loonheffingen hoeven in te houden en af te dragen. Voor zzp´ers is de VAR van belang bij het werven van opdrachten. Dit kan schijnzelfstandigheid in de hand werken: arbeidskrachten die op papier werken als zzp´er, maar in de praktijk een dienstbetrekking vervullen.

 

Het kabinet wil echte ondernemers ondersteunen en tegelijkertijd schijnconstructies bestrijden opdat die mensen de zekerheid krijgen van een dienstverband. Doordat de BGL zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer verantwoordelijk maakt voor de beoordeling van hun arbeidsrelatie kan de Belastingdienst het onderscheid tussen een dienstverband en ondernemerschap beter handhaven.

 

Bij de aanvraag van een BGL beantwoordt een zzp’er via een webmodule een aantal vragen. Als deze vragenreeks tot een beschikking leidt, staat daarin vermeld onder welke voorwaarden de opdracht wordt uitgevoerd. De opdrachtgever dient de beschikking te controleren voordat hij de opdracht daadwerkelijk verstrekt. Een zzp' er hoeft niet voor elke opdracht een nieuwe beschikking aan te vragen: bij opdrachten waar werkzaamheden, omstandigheden en voorwaarden gelijk zijn, kan de zzp’er dezelfde beschikking gebruiken.

 

Bron: www.rijksoverheid.nl

Wat vindt servorg hiervan?

Wetsvoorstel BGL, een eerste stap

Het wetsvoorstel dat staatssecretaris Wiebes onlangs heeft ingediend heeft tot doel duidelijker vast te stellen of er, bij een samenwerking tussen opdrachtgever en ZZP-er, sprake is van ondernemerschap of een dienstbetrekking.

Op dit moment heeft men hier de VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) voor. Een verklaring die door de fiscus praktisch automatisch wordt toegekend aan eenieder die zo’n verklaring aanvraagt.

Het gemak van toekenning van de VAR heeft geleid tot grote misstanden in de arbeidsmarkt. Misstanden die, in mijn ogen, te weinig aandacht krijgen in de ZZP-discussie.

Hoge uurtarieven

Zo ziet men vaak dat er ZZP-ers zijn die, tegen een hoog uurtarief, jaren achtereen werkzaam zijn bij een enkele opdrachtgever. Deze constructie wordt toegepast om de kosten voor opdrachtgever te verhogen en de inkomsten voor ZZP-er te verhogen. Immers, er hoeven geen sociale lasten door opdrachtgever te worden afgedragen. Dit kan zomaar een 20% op de loonkosten schelen. Een duidelijke win-win zou men kunnen stellen.

Wat is dan het probleem? ZZP-ers met hogere tarieven kunnen zichzelf verzekeren voor arbeidsongeschiktheid, hun eigen pensioen opbouwen en rekening houden met “leegloop” (wel kosten geen werk). Ze hoeven dan ook niet bij te dragen aan het sociale vangnet systeem. Maar doordat zij niet bijdragen aan dit systeem zal dit sociale vangnet moeten worden opgebracht door de minder verdienende en/of minder gezonde en/of minder kansrijke in onze samenleving. Een hogere lastendruk voor de werkgevers en een uitholling van het Nederlandse sociale systeem.

Lage uurtarieven

Aan de andere kant zijn er de ZZP-ers die tegen lage tarieven werken. Veelal medewerkers die ontslagen worden en weer, via een ZZP-constructie, bij de ex-werkgever worden binnengehaald. De opdrachtgever (ex-werkgever) creëert zo extra flexibiliteit in haar organisatie en drukt de kostprijs en risico van personeel. ZZP-ers krijgen een tarief dat hoger ligt dan hun oude salaris. Een duidelijk win-win zou men kunnen stellen.

Wat is dan het probleem? Bij lage tarieven is het bijna onmogelijk het sociale vangnet, verzekering bij arbeidsongeschiktheid en pensioen te regelen. Om over leegloop nog te zwijgen. Deze ZZP-ers lopen het risico wanneer zij geen inkomen hebben (geen opdrachten, ziekte, etc.) hun vaste (privé-) lasten niet meer te kunnen betalen en zodoende failliet te gaan. In privé! Een tijdbom die doortikt voor de ZZP-ers maar zeker ook voor de Nederlandse samenleving.

Ondernemerschap dient te worden gestimuleerd. Maar ondernemen is een vak. Ondernemer wordt je niet. Ondernemer ben je. Om dit vast te stellen zou de BGL een mooie eerste stap zijn. De tweede stap zou het terugdraaien van rechten en plichten voor ZZP-ers en opdrachtgevers kunnen zijn. Ben benieuwd hoe ver Den Haag hierin wil gaan.

 

Deel dit artikel online

Wil je onze brochure ontvangen?

vpo nbbu normeringarbeid mvonederland salesindebouw Stipp